Meldpunt Wegen
Vaak gestelde vragen

    Een acuut gevaarlijk probleem snel melden

    Wegmarkeringen, verkeerslichten, oversteekplaatsen

    Wegverlichting

    Wegenwerken en calamiteitsroutes

    Winterdienst

    Gebruik van de wegentelefoon

    Zwerfvuil, veegacties, afval op parkings

    Maaien en snoeien

    Schade, geluidsoverlast, wateroverlast



De lamp van de straatverlichting ter hoogte van mijn woning langs een gewestweg is stuk. Wie zorgt ervoor dat ze terug brandt?

Voor het onderhoud van de wegverlichting langs gewestwegen doet het Agentschap Wegen en Verkeer een beroep op een aannemer. Elke vier maanden gaat de aannemer op pad om alle wegverlichting te controleren. Waar nodig, worden de defecte lichtpunten hersteld.

Als tussen twee herstelrondes een lamp defect is, dan wordt in de meeste gevallen geen afzonderlijke interventie gedaan. Indien de veiligheid van de weggebruiker in het gedrang komt, gaan we uiteraard wel meteen tot de herstelling over.

Defecte straatverlichting kan u steeds melden via www.meldpuntwegen.be.

Terug naar boven  naar hoofdmenu


Waarom werd de verlichting op de autosnelwegen gedoofd?

Als gevolg van de lichtvisie die Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits voorstelde is er vanaf 15 juli 2011 minder verlichting op de autosnelwegen in Vlaanderen. Concreet gaat het licht uit als het kan, en blijft het aan als het moet voor de verkeersveiligheid. Na de invoering van het lichtplan daalt het aantal verlichte wegvakken met bijna de helft. Het aantal permanent verlichte wegvakken stijgt licht. Lichten blijven onder meer permanent branden ter hoogte van de op- en afritten van de autosnelwegen, langs ringwegen en langs wegvakken tussen 2 op- en uitritten die minder dan 3 km van elkaar liggen. Een deel van de verlichting gaat uit en kan in bepaalde omstandigheden via dynamische sturing aangestoken worden. De lichtvervuiling neemt af en er wordt energie bespaard.

Meer informatie op www.wegenenverkeer.be

Terug naar boven  naar hoofdmenu


Hoe werkt de aansturing van openbare verlichting op autosnelwegen?

De verlichting op autosnelwegen wordt aangestuurd vanop afstand vanuit het Vlaams Tunnel- en Controlecentrum (VTC).

Dat Vlaams Tunnel- en Controlecentrum is 24/24u beschikbaar om storingen of schade aan installaties te centraliseren, te registreren en de noodzakelijke maatregelen te treffen om het defect onmiddellijk (voorlopig) te laten herstellen en de verlichting indien nodig op elk moment aan of uit te schakelen. Maar bij een normale werking, zonder tussenkomst van het VTC, volgt de schakeling van de verlichting een vast programma, waarbij zowel de aan- als uitschakeltijden dagelijks een beetje variŽren, afhankelijk van de dag van het jaar en, in beperkte mate, de helderheid van de dag.

Meer informatie op www.wegenenverkeer.be

Terug naar boven  naar hoofdmenu


Hoe beÔnvloedt het lichtplan de aansturing van de verlichting op autosnelwegen?

Sinds 15 juli 2011 is de verlichting op autosnelwegen in drie categorieŽn verdeeld :

  • ofwel is er geen verlichting meer nodig;
  • ofwel is er permanent verlichting nodig zoals op ringwegen, op- en afrittencomplexen, op lokale specifieke situaties (bv. : opeenvolging van voelbare bochten en onderdoorgangen) en tussen de complexen die dichter dan 3 km van elkaar gelegen zijn;
  • ofwel wordt de verlichting dynamisch geschakeld, d.w.z. dat het al dan niet verlichten en het verlichtingsniveau worden aangepast aan de verkeerssituatie. Voorlopig gebeurt dit op basis van de historische gegevens over de verkeersintensiteiten en de snelheid op elke locatie. Op de wegvakken waar in het spitsuur de verkeersintensiteit hoog is of waar zich structurele file voordoet, wordt standaard verlichtingsinfrastructuur voorzien om dynamische aansturing van de verlichting mogelijk te maken.

Het dynamisch in- en uitschakelen van de verlichting op autosnelwegen gebeurt enkel binnen de schakeltijden die zijn vastgelegd door het vaste uurrooster van de Vlaamse overheid, rekening houdend met de dag van het jaar en met de gemeten hoeveelheid natuurlijk licht (zie : Hoe werkt de aansturing van openbare verlichting op autosnelwegen?).

De dynamische aansturing gebeurt op basis van de volgende vijf criteria :

  1. als de verkeersintensiteit hoog is en/ of bij structurele file;
  2. als de spitsstrook in gebruik is;
  3. als er een calamiteit is, op verzoek van de politie;
  4. als er wegenwerken zijn, op vraag van de bevoegde dienst;
  5. bij extreme weersomstandigheden op verzoek van de federale wegpolitie en/of de weervoorspellingsdiensten.

Meer informatie op www.wegenenverkeer.be

Terug naar boven  naar hoofdmenu


Waarom brandt de autosnelwegverlichting niet steeds zoals beschreven in het lichtplan?

Na een eerste evaluatie heeft minister Crevits op 29 september 2011 beslist om, in afwachting van het helemaal op orde zetten van de markering en reflectoren op autosnelwegen, de verlichting te laten branden wanneer het KMI regen, mist of sneeuw voorspelt. De verlichting wordt dan aangeschakeld per provincie tot middernacht wanneer er een neerslag-voorspelling is voor de avond, en na 6u 's ochtends wanneer er een neerslag voorspeld wordt voor de ochtend. De samenwerking met het KMI verloopt zeer goed, maar uiteraard betreft het een, zij het zeer goede, voorspelling en verloopt het schakelen per provincie. Zo komt het dat de verlichting al eens onterecht is ingeschakeld hoewel het op die bepaalde locatie niet regent, maar dat regen voor die bewuste provincie wel voorspeld was, of andersom.

Dit betreft een tijdelijke maatregel : het Agentschap Wegen en Verkeer maakt in 2012 volop werk van het plaatsen van de nodige reflectoren en het aanpassen van de markeringen zodat uiteindelijk terug naar het originele lichtplan kan worden overgegaan.

Meer informatie op www.wegenenverkeer.be

Terug naar boven  naar hoofdmenu



terug naar de startpagina

© AWV 2016 - juridische voorwaarden - Website Wegen en Verkeer Een website van de Vlaamse overheid